De uil

De uil, die op de peerboom zat,
De uil, die op de peerboom zat
En boven zijn hoofd daar zat er een kat.
Van simmedomdeine van farilonla!
En boven zijn hoofd daar zat er een kat.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil, die schoot in ene droom,
De uil, die schoot in ene droom,
En viel van boven neer de boom.
Van simmedomdeine van farilonla!
En viel van boven neer de boom.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil, die daar zijn pootje brak,
De uil, die daar zijn pootje brak,
Ze staken hem in een blauwe zak.
Van simmedomdeine van farilonla!
Ze staken hem in ene blauwe zak.
De uil vivat! De uil vivat!

Zij droegen hem naar den doctoor,
Zij droegen hem naar den doctoor,
De juffrouw die kwam zelvers voor.
Van simmedomdeine van farilonla!
De juffrouw die kwam zelvers voor.
De uil vivat! De uil vivat!

Ze tapten hem vijf onsen bloed,
Ze tapten hem vijf onsen bloed,
‘tIs jammer dat hij sterven moet.
Van simmedomdeine van farilonla!
‘tIs jammer, dat hij sterven moet.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil die gaf daar zijne geest,
De uil die gaf daar zijne geest:
‘tIs spijtig van zo schone beest.
Van simmedomdeine van farilonla!
‘tIs spijtig van zo schone beest.
De uil vivat! De uil vivat!

Ze droegen hem naar ene hof,
Ze droegen hem naar ene hof:
Hij werd begraven met een lof.
Van simmedomdeine van farilonla!
Hij werd begraven met een lof.
De uil vivat! De uil vivat!

De koster met zijn droeve stem,
De koster met zijn droeve stem
Die zong van: “Domine Requiem.”
Van simmedomdeine van farilonla!
Die zong van “Domine Requiem.”
De uil vivat! De uil vivat!